Top
vrijdag 2 december 2011

Against Modern Football

Telstar-Sparta 2011Het is vrijdagmiddag als ik rond vijf uur café De Ster op de Martelaarsgracht binnenloop. Vanavond staat het eerste deel van het voetbaltweeluik IJmond-Rijnmond op het programma, we gaan met een ploegje naar Telstar-Sparta en morgenavond is het Ajax-Excelsior. Een mooie manier om eens te kijken hoe het voetbal vroeger ook al weer beleefd werd en hoe we het tegenwoordig beleven.

Vroeger waren De Ster en Karpershoek vaste verzamelplaatsen als we per trein naar uitwedstrijden gingen, ditmaal reizen we per draagvleugelboot. Als we in Velsen van de boot afstappen zien we de 4 lichtmasten van het voormalig Sportpark Schoonenberg al schijnen die als moderne bakens de voetbalfans uit de wijde omgeving naar de heilige grond lokken.

Na een wandeling van 10 minuten komen we bij het stadion en halen de kaarten op. Nou, om de prijs hoef je het niet te laten, 9 euro voor voor een hoekvak van de hoofdtribune. Daar koop je bij ons geeneens een ArenA card voor! Helemaal gloeiend van weemoed ‘om die prachtige ouwe tijd’ begeven we ons naar de hoofdingang waar we helaas worden geconfronteerd met het moderne voetbal. Geen ouderwetse portier met platte pet bij de poort, maar een corpulente man van middelbare leeftijd in zo’n vreselijk fluoriderende jas: “Ik ken jullie niet.” Dat was nog wel begrijpelijk en schattig, maar toen: “En dus moet ik een ID zien, anders kom je er niet in!”

Als ik dan vervolgens, gebbetje, mijn Ajax seizoenkaart laat zien zijn meteen de rapen gaar: “Als je denkt grappig te zijn, dan ben je dat niet. Ik wil nú identificatie zien. Zo niet, dan draag ik je nu over aan de politie en krijg je een stadionverbod.” Als ik dan ook nog lachend zeg dat het me niet zo’n straf lijkt om nooit meer naar Telstar te mogen barst de bom: “Dat had je gedacht mannetje, dat verbod is landelijk!”

Tegen zoveel autoriteit kan zelfs ik niet op en het vooruitzicht om nooit meer naar Ajax te kunnen omdat ik te bijdehand heb gedaan tegen een in de penopauze verkerende bromsnor gaat me te ver. Dus toon ik m’n ID en krijg bemoedigend te horen: “O Amsterdam? Dan mag je gewoon naar binnen hoor!”

Eenmaal binnen duiken we gelijk de kantine in, een soort houten schuur die ergens in de hoek van het complex staat. Binnen kom ik weer tot rust als ik om me heen kijk en al die prachtige oude voetbalfoto’s en voetbalsjaals van de meest obscure clubs (SDC Putten) aan de muur zie. Biertjes zijn prettig geprijsd en de sfeer is heel gemoedelijk, tijd voor een vette hap.

Buiten de kantine staat een caravan waar je een ouderwets vette bek kan halen, het vaste assortiment; patat, hamburgers en de lekkernij van de dag: ‘Frikandel XXL’. Aangezien het vrij druk is besluit ik eerst het vak te inspecteren. Gezellig stadion, vrij stoelkeuze, het is lekker fris, maar droog en het stadion is redelijk gevuld. De ploegen zijn bezig met de warming up en de supporters van Sparta en Telstar zingen elkaar wat vrolijks toe. Tijd voor een laatste sanitaire pauze en wat eten.

Bij de controle zeg ik nog: “Ik ga effe pissen en wat eten en drinken halen, mag dat?” “Natuurlijk!” zegt de steward die me zelfs nog keurig de weg wijst naar de toiletwagen. Groot is dan ook mijn verbazing als ik vijf minuten later terugkom gewapend met een aantal bekers bier en een frikandel van 30 centimer en dezelfde steward me om m’n kaartje vraagt: “Je hebt me toch net naar buiten zien lopen? Ik heb nou m’n handen vol, moet dat echt?” “Ja, dat zijn orders van de KNVB. Nee, ik ga uw kaartje niet uit uw achterzak pakken, dat mag ik niet doen. Van de KNVB niet. Nee, ik kan uw frikandel niet vasthouden, als u het bier even op de grond zet, dan kunt u uw kaartje zelf pakken.”

Twee minuten later zit ik met een hartslag 180 van ingehouden frustratie weer op m’n plek en kan de wedstrijd beginnen. Prachtig zo’n affiche van Titanen der vervlogen tijden, de club van Fred Bischot en Ruud Geels tegen die van Tinus Bosselaar en Pim Doesburg, smetteloos wit tegen rood en wit gestreept. Helaas is de wedstrijd wat eenzijdig want het klassenverschil is groot; Sparta scoort 0-1 en dicteert. Rust.

In de rust duiken we de gezellige kantine weer in en raken in gesprek met een groep Engelsen die hun weekend groundhopping dezelfde keuze hebben gemaakt als wij. Ze zijn helemaal gelukkig op deze ‘proper old fashioned footballground’ en drukken me op het hart dat stewards overal hetzelfde zijn: “Back home they’ll arrest you the minute you stand up to support your team!”

Als de tweede helft begint wordt ik -uiteraard- weer door dezelfde steward met stalen gezicht verzocht m’n kaartje te laten zien, ik toon het en ga langs de reclameborden staan bij de cornervlag om een foto te maken, maar direct duikt er weer een andere steward op me. Of ik wil stoppen met filmen en op mijn plek wil zitten: “U blokkeert de doorgang, dit is een brandgang. Orders van de KNVB.”

Volkomen lamgeslagen zoek ik m’n plek weer op en verbaas me steeds meer over het fenomeen stewards. Ik zie jochies van nauwelijks achttien streng met hun gezicht naar het publiek kijken, bereid om iedere boerlatende voetbalfan direct achter slot en grendel te smijten. Ze voelen zich zó belangrijk en gewichtig. Geen lachje kan er af, ze kijken voortdurend alsof ze hoogstpersoonlijk wel eens even gaan zorgen dat hier vanavond niets, maar dan ook niets gaat gebeuren. Van die types die thuis helemaal niets te zeggen hebben, door hun baas voortdurend worden geschoffeerd en keer op keer moeten constateren dat ze altijd in de rij staan die het langst duurt om vervolgens thuis een uitbrander te krijgen dat ze zo lang zijn weggeweest… Ze verpesten de sfeer, geven je het gevoel dat je een halve (of hele) crimineel bent en zorgen er voor dat ik stiekem zat te juichen toen Sparta 0-2 scoorde!

De volgende dag, in de ArenA, als ik via metro, elektronische toegangscontrole en roltrap vak 422 opwandel kijk ik eens om me heen. Het was me eigenlijk nog nooit zo opgevallen, maar ook hier wemelt het van die brave borsten die niets anders doen dan zich overal tegen aan bemoeien. Ze zijn hier wat netter gekleed in hun ArenA kostuum, maar als ik tijdens de rust onopvallend achter ze ga staan bij de opgang van het vak hoor ik ze praten over ‘overtreders’ ‘onruststokers op rij 18’ ‘we wachten op een teken van de hoofdsteward en dan sluiten we ze van 3 kanten in’…

Wat blijkt? Op rij 18 zit een oudere man een sigaret te roken, hij wordt volledig ingesloten en het is te danken aan zijn omstanders dat hij slechts z’n kaartje moet tonen en de stewards mokkend afdruipen.

Als ik de man later op de trap naar buiten tref vraag ik ‘m wat er nou gezegd is: “Nou, we vroegen die gasten of ze ook zo stoer waren op vak 410 of de f-side. Nee, dat waren ze niet, daar wordt roken gedoogd. En toen die steward dat zei zag hij het zelf ook in. Hij begon hij te lachen en vroeg me vriendelijk m’n sigaret uit te maken. Dat heb ik toen maar gedaan.”

Conclusie van twee avonden betaald voetbal? Er bestaan stewards die kunnen lachen, maar je moet er wel even naar zoeken!

Deze column werd eerder geplaatst op de website van de onafhankelijke AFCA Supportersclub

Reageer

reacties