Top
Tscheu la Ling in de Meer, Ajax-Feyenoord, mei 1980

De Haagse Corrector

Kom nou gezellig binnen Mars, het heeft toch geen zin om een uur te gaan zitten kniezen?” “Nee, je hebt gelijk, ik kom er aan, de zon is nu ook weg.” Het is zondagmiddag half 4, ADO-Ajax is al weer een uur voorbij, maar ik kan nog steeds niet lachen. Dik in de veertig, maar nog steeds kapot zitten van een onterechte nederlaag, het lot van een Ajacied is soms keihard.

Als ik weer plaatsneem aan de stamtafel van café De Gouden Florijn proberen de andere jongens m’n humeur te verbeteren: “Feyenoord staat al weer 2-0 achter!” Maar ik merk dat zelfs het leed van Rotterdam me niet meer vrolijk kan stemmen: “Lekker belangrijk, daar winnen we zelf ook altijd van, maar van Utrecht en Den Haag hebben we nu al twee keer verloren! We zijn de derde stad van Nederland geworden.” En die mededeling slaat in als een vette vinger in een vers getapt fluitje, zeker als we inmiddels ook nog zien dat PSV en Twente ook nog voor staan, het kampioenschap is verspeeld.

Uiteraard blijven er positivo’s die proberen de stemming er in te houden door aan te stippen dat het nog niet voorbij is, dat we nog een bekerfinale te goed hebben, dat het veldspel steeds beter wordt, dat de verlosser uit Barcelona nu echt terug is, dat hij een technisch advies heeft afgegeven dat vergelijkbaar is met een contract van the Godfather, een ‘offer you can’t refuse’ en er zijn zelfs stamgasten die het presteren om te zeggen dat Ajax dit even nodig hebt om daar sterker uit te komen…

Ik zit nog steeds half verdoofd voor me uit te kijken en denk aan de kansloze verliespartij in Moskou een paar dagen eerder, laat de opwinding van het rapport Cruyff nog eens aan me voorbij gaan en huiver nog een keer bij de opmerking van El Salvador dat zijn aanbevelingen dermate logisch zijn, dat het bestuur ze wel moet opvolgen.

Inmiddels was de discussie aan tafel van onderwerp veranderd, want verliezen van Utrecht is misschien wel niet zo erg, daar komen sinds jaar en dag topvoetballers vandaan die bij Ajax furore hebben gemaakt: Van Basten, De Wit, Godee, Wouters en zelfs Van Loen, Alflen en Aissati werden genoemd. Verliezen van Den Haag daarentegen lag een stuk gevoeliger, het noemen van Ajacieden uit de Hofstad liep al heel snel dood; Dusbaba, Van der Gun en Knoppert. En toen viel de magische naam, mijn humeur was direct weer op niveau, al het gepruts was vergeten en het café werd verlicht: Tscheu la Ling!

Tscheu la Ling was misschien wel de eerst cultheld van Ajax, in de Meer had hij een eigen supportersvak, dat later als de hennepzijde bekend werd. Tscheu la Ling was de man van de dubbele schaar. De man die meestal pas in de tweede helft, als hij voor z’n ‘eigen’ vak M in de zon liep excelereerde. Hij presteerde het om in een uitwedstrijd op Old Trafford de back van United te lokken met een ‘kom-maar’ vingerbeweging om vervolgens met z’n befaamde schaar de arme man weer uit te spelen en de bal panklaar voor de goal te slingeren. Helaas kopte Geels op de lat.

Ling speelde van 1975 tot 1982 bij Ajax, dat was eigenlijk precies zo’n periode waar Ajax nu ook in zit: af en toe kampioen, soms een KNVB beker en heel sporadisch Europees succes. Maar eigenlijk was het één doffe ellende, tot de verlosser kwam, uit Los Angeles dit keer, en we er allemaal eens goed voor gingen zitten.

Ajax speelde vanaf het debuut van Cruyff in 1981 steeds beter, jeugdspelers als Rijkaard, Silooy, Van Basten en Kieft braken door en El Salvador kraaide van een steeds hogere toren. Overal had Cruyff een vinger in de pap, hij kreeg een deel van de recette, bepaalde min of meer de opstelling, bedacht instuifdagen voor de jeugd en was hard op weg om een soort Libische alleenheerschappij te verschaffen. Totdat er in het spelershome een partijtje biljart werd gespeeld en Cruyffie het nodig vond om zich met het biljartspel van Tscheu la Ling te bemoeien, waarop Ling de nu nog legendarische woorden zei: “Als je nou je bek niet houdt, dan stop ik die keu in je reet!”

Alleen om die actie verdient deze Hagenees een eervolle vermelding en zou hij wat mij betreft nog één keer kritisch het rapport Cruyff mogen lezen. Als zelfs Ling niet zijn beroemde schaar in het papier zet dan geloof ik het pas echt. Dan kunnen we pas zeggen….

Het komt allemaal goed!

Deze column werd eerder geplaatst op de website van de onafhankelijke AFCA Supportersclub

Reageer

reacties