Top
De vendeldraver in de ArenA

De Vendeldraver

De vendeldraver in de ArenAHet was zaterdag weer een wedstrijd als vele andere in de Amsterdam ArenA. Het aanvangstijdstip was wat vreemd, we moesten ons haasten om na een paar biertjes een fatsoenlijke maaltijd te verorberen en de tram en metro werkten niet helemaal mee. En dus kwamen we nét iets te laat bij het stadion, waar de rij voor de ingang langer was dan gehoopt en mijn nieuwe winterjas zoveel zakken bleek te hebben dat ik m’n seizoenkaarten niet direct paraat had. We moesten ons met gezwinde spoed de trappen op reppen om op tijd te zijn. Maar helaas, de klamme kou had een laag glibberige dauw over de trappen gedrapeerd waardoor we ons stevig vast moesten grijpen aan de leuningen,  terwijl we ook nog werden geconfronteerd met de gevolgen van een paar weken winterstop vól met feestelijke dagen en dus een schrijnend tekort aan traploopritme.

We hebben de goal van Bazoer in de eerste minuut dus gemist.

Ach, dat kan gebeuren en een wedstrijd met een 1-0 voorsprong beginnen is iets uit lang vervlogen tijden en geeft best een lekker gevoel. De tegenstander is er eentje die niet de trolleybus voor de goal parkeert en Ajax krijgt z’n kansen wel, dus gingen we er eens goed voor zitten. Maar helaas kwam ons positieve voorgevoel niet helemaal uit de verf. Vitesse deed z’n best en had misschien wel het beste van het spel, meer balbezit in ieder geval, maar kon onze verdediging niet verontrusten. Ajax vond het wel goed en besloot om de wedstrijd volgens het Frank de Boer adagium uit te spelen: safety-first, de bal vooral in de ploeg houden en geen onnodige risico’s te nemen.

Een wedstrijd als vele andere dus.

Dat de trappen en omlopen spekglad waren door de winterse omstandigheden hadden we zelf al gemerkt, het veld was bijkans nog gladder en zorgde er voor dat de spelers er bijliepen als Bambi’s op het ijs. Die arme Japanner van Vitesse die twee keer op z’n gat ging bij het nemen van een corner was al tekenend en ook de ongelukkige sliding op Kenny Tete, die daardoor de rest van het seizoen in de lappenmand ligt, was voornamelijk aan het veld te wijten.

De wedstrijd sleepte en glibberde zich dus naar het einde.

Aan de supporters lag het ditmaal niet, het uitvak was – zover ik het kon zien – redelijk gevuld en roerde zich te pas en te onpas. De familie Ratelband op vak 410 deed z’n best en zelfs vanaf Zuid 1, het domein van de F-Side, hoorde ik gezang en aanmoedigingen. Maar al deze pogingen sloegen dood als boerenbier in een vette plastic beker. De sfeer wordt week in, week uit meer terneergeslagen en berusting is onze ‘middle name’ tegenwoordig. En dat is natuurlijk doodzonde en bloedlink tegelijk, want op z’n Italiaans een 1-0 voorsprong over de streep trekken is nou niet iets waar Nederlandse ploegen in uitblinken. Ja, PSV misschien, maar die komen niet uit Nederland toch?

Een late tegengoal kon zomaar uit de lucht vallen.

En dus was daar de Vendeldraver, je kent ‘m vast wel, die zo’n tien minuten voor het einde zijn befaamde sprints met vlag langs de lange zijde begon te maken. Ik weet niet hoe de man heet, maar hij doet z’n ding al sinds de ArenA open is. Compleet met Ajaxvlag, een gebreide Ajax-trui met rugnummer 3 en Blind op z’n rug én een Amsterdamse aanvoerdersband rent hij over het looppad tussen de vakken 117 en 124 heen en weer om de ploeg op het veld en de supporters op de tribune op te jagen. Rushes van ruim honderd meter en dat vele malen.

Zijn eerste gang langs de eerste rij gaat vaak gepaard met een hoop strubbelingen, want er zijn natuurlijk mensen die daar zitten en hun benen languit in het gangpad hebben gedrapeerd of daar hun tas hebben neergesmakt, maar nadat de Vendeldraver eenmaal langs is geweest trekken ze bij de volgende keer netjes hun onderstel in en geven deze cultfiguur vrij baan.

Zoals het hoort.

Maar zelfs deze vrolijke noot is inmiddels gevangen door het chagrijn, want ter hoogte van de middenlijn, op vak 121, zat een jongeman die weigerde zijn poten in te trekken. Stokstijf en stoïcijns bleef hij in z’n stoel hangen, benen languit op de rand, armen over elkaar, mondhoeken in z’n jaszakken. Hij had duidelijk besloten dat als hij een kutavond had, iedereen dat maar moest hebben. Ik ben nog naar hem toegelopen in een poging hem te overreden mee te werken, maar hij hield voeten en benen bij stuk: ‘Ik heb deze kaart al sinds het begin en bepaal zelf wel wat ik doe.’ was ongeveer de teneur van zijn antwoorden en ook het argument dat ‘die gozer met die vlag daar toch ook al sinds het begin van de ArenA was’ kon hem niet vermurwen. De vendeldraver droop af, het was al glad genoeg. En als voetballen op kicksen al lastig is, dan is een variant van Jumping Amsterdam on Ice helemaal geen doen.

En zo stierf ook de laatste poging tot spontaniteit.

De scheids trok er nog een paar minuten blessuretijd bij, terwijl de meeste supporters al richting uitgang schuifelden. Een steward bij de uitgang wenste ons nog een fijne avond en voegde daar nog een welgemeend ‘tot dinsdag’ aan toe.

Ik heb nog nooit zoveel mensen in koor ‘dinsdag? Dan alweer?’ horen brommen…

Reageer

reacties

Geen reacties

Plaats een reactie