Na een jaar vol volpret was het op 1 augustus eindelijk zover: de Oasis Damtour 2025! Met de eerste Eurostar naar Londen voor een weekend vol voetbal, pubs, cultuur, Engels eten en natuurlijk een concert van de Mancunian Fab Four in het Wembley stadion!
Om het maximale uit ons weekend te halen was al snel besloten om de eerste Eurostar naar Londen te pakken, die trein ging om kwart voor zeven en aangezien het inchecken uiterlijk drie kwartier van te voren was, ging de wekker om vijf uur. Snel douchen en met de taxi naar CS om daar in een gigantische rij te belanden, maar gelukkig zag ik Simon en Menno al snel staan en kon ik na wat handig bewegingen me al snel bij ze voegen. Het ging nu echt beginnen: onze Oasis Damtour 2025!
Oasis Damtour 2025
De voorpret was een klein jaar eerder al begonnen toen de geruchten werkelijkheid bleken: OASIS ging weer op tournee! Er werd begonnen in Cardiff, waarna ook Manchester, Londen, Edinburgh en Dublin aan bod zouden komen. En na kort overleg met Lucas hadden we al snel besloten dat Londen de beste optie was; makkelijk en goedkoop per trein bereikbaar en voldoende cultuur voor mannen om de rest van het weekend te vullen.
Nu moesten er alleen nog kaartjes worden gekocht…
Gelukkig stond ik geregistreerd als fan op de website van Liam Gallagher en na het invullen van wat vragen om te bewijzen dat ik een echte Oasis-fan was kreeg ik de bevestiging: ik kwam in aanmerking voor de voorverkoop! Ik moet wel eerlijk toegeven dat ik toch even moest Googelen hoe die eerste drummer ook alweer heette 🙂
Ik zat klaar op meerdere computers en op verschillende browsers voor twee verschillende dagen: zaterdag 2 en zondag 3 augustus, maar toen ik inlogde met mijn presale code kwam ik er al snel achter dat ik niet de enige was. Er stonden een paar duizend andere gegadigden voor me en het grote wachten kon beginnen en toen ik eenmaal aan de beurt was bleken alle toffe kaartjes al vergeven, hoewel er nog staanplaatsen vrijkwamen voor exorbitante bedragen. En ook vier plekken op de tweede ring waren geen optie, want je wil wel het gevoel hebben dat je er bij bent.
Maar toen ontdekte ik tribuneplaatsen aan de zijkant van het podium voor een acceptabele prijs en hoewel de waarschuwing in beeld kwam dat er mogelijk beperkt zicht was besloot ik er voor te gaan. Meedoen is tenslotte belangrijker dan winnen.
Na een jaar vol voorpret, treintickets scoren, een hotel vinden en andere culture verpozing bedenken waren we er klaar voor en stonden we bijna een jaar later in de vroege morgen in de gloednieuwe UK terminal te wachten tot we de trein in mochten en ‘we’ zijn Menno uit Amsterdam, Simon uit Zaandam en Marcel uit Amsterdam. Lucas uit Rotterdam zou zich in zijn thuisstad bij ons voegen.
Amsterdam, Rotterdam en Zaandam; zo kreeg de Damtour 2025 zijn naam
Die samensmelting in Rotterdam ging gesmeerd en het was maar goed dat Luuk pas later instapte, want ergens bij Schiphol had een voorbijganger een volle beker koffie op zijn stoel laten vallen en had hij die hete drank precies in z’n nek gehad. Nu moest hij het alleen met een besmeurde stoel doen.
Al onderweg zag ik een klein jochie door de trein lopen met een Oasis t-shirt, het bleek een voorbode voor de rest van het weekend te zijn, want echt overal waar we kwamen zag je Oasis-merchandise, t-shirts, buckethats, trainingsjacks en ga zo maar door. Als de Gallagher-broers niet al compleet binnenliepen op de verkochte tickets, dan ook zeker op merchandise. We rekenden onderweg al uit dat ze per concert toch al snel een paar miljoen de broer gingen maken, het was zoals een van ons al verzuchtte: “Voor een paar miljoen zou ik ook even op mijn tong bijten en het ruziemaken even laten.”
Toen we om een uur of elf de trein uitrolden was het nog te vroeg om in te checken bij ons hotel, maar gelukkig mochten we daar wel alvast de koffers dumpen en viel de allerhartelijkste ontvangst ons al op. We dachten even dat we in een soort Fawlty Towers vervolg te zijn beland, maar de man achter de receptie bleek gewoon een onvervalste mopperpot te zijn. Zo wist hij een paar andere gasten die heel aardig vroegen waar de ontbijtzaal was toe te voegen dat er ab-so-luut geen ontbijt was en als ze de gore moed hadden om te zeggen dat ze dat op de website van het hotel hadden gelezen ze dat dan maar eens moesten bewijzen, want dat kón eenvoudigweg niet!
Wij besloten ons maar snel uit de voeten te maken en naar de ‘vaste’ hangout in de buurt te gaan: The Lucas Arms, de pub waar ik Lucas tijdens een eerdere reis op had gewezen en wat hij inmiddels als zijn stamcafé was gaan beschouwen. Maar helaas was de pub nog gesloten en moesten we ergens anders onze heil te zoeken om wat te brunchen en een voorzichtig biertje te nemen.
The Water Rats
Gelukkig vonden we al snel een alternatief aan de overkant van de straat: The Water Rats, een prima tent, maar ook hier kregen we al snel te horen dat ontbijt er niet meer inzat, en dat we sowieso moesten wachten. Even later kregen we toch bediening en bleek dat we alles mochten bestellen behalve een English breakfast en dus deden we ons tegoed aan andere vette kroeghappen en ontdekten we aan de muur een plaquette waarop stond dat hier het allereerste concert van Oasis in Londen was. We vroegen ons vertwijfeld af of dat in deze shabby tent was, maar na een toiletbezoek bleek dat er achter het cafégedeelte nog een piepklein concertzaaltje was. Daar hadden de Gallaghers dus ooit gestaan. Best mooi en toevallig dat we hier, off all places, waren beland.
Luton Town v. Wimbledon
Na een kleine siësta in het hotel togen we aan het eind van de middag naar de pub in het St.Pancras-station om daar Paul te ontmoeten. Hij was een bestuurslid van de Luton Town Football Club en had kaartjes geregeld voor hun eerste duel van het seizoen 2025-26 in de League One, het derde niveau van de Engelse voetbalpyramide. En hoewel Paul wat aan de late kant was wisten we, dankzij het snelle handelen van Simon bij de kaartjesautomaat, nog nét op tijd de trein naar het altijd zo pittoreske Luton te halen.
Als je denkt dat plaatsen als Lelystad, Urk of Pernis erg zijn, dan kun je altijd nog naar naar Luton om te zien hoe een stad in totaal verval eruit ziet. Ik was er al een keer geweest en toen was het nog licht ook, dus dit keer viel het mee. Paul wist ons om het afstotelijke jaren ’70 winkelcentrum, dat recht tegenover het station staat, heen te leiden en ons naar de Bricklayers Arms te leiden. Een pub met een ruime achtertuin waar ook een bar was en je zelfs voor een paar pond een heerlijke maaltijd kon scoren. We kletsten wat met de lokale incrowd en lieten ons meevoeren naar Kenilworth Road, het stadion van Luton Town.
Gelukkig was Lucas daar nog nooit geweest, dus heb ik ‘m even snel door de ‘gang’ naar de andere kant van het stadion meegenomen, want die ingang van het uitvak dat door de tuinen van de huizen aan de Oak Road leidt is echt uniek.
Toen we eenmaal bij onze plekken op de hoofdtribune kwamen viel me al snel op dat het qua beenruimte is alsof je in een vliegtuig van RyanAir bent, als je 1 meter 60 bent -of minder- is het te doen, maar anders kom je er achter dat je beter Yoga had kunnen doen vanaf je veertiende.
Ik vond een staanplaats bovenaan de tribune en verbaasde me over het gebrek aan zichtlijnen, want ik kon net onder de rand van het tribunedak het veld zien, maar wat ik zag was redelijk erbarmelijk: het niveau van deze wedstrijd was laag en het aantal ballen dat ik daadwerkelijk op het oude dak, gemaakt van bakeliet, hoorde ploffen was schrikbarend. De term ‘bal-op-dak’ is ongetwijfeld hier verzonnen.
Luton Town scoorde, geheel tegen de verhoudingen in, diep in de tweede helft de winnende 1-0 waarop wij weer een trein terug konden nemen naar St.Pancras.
Doordat we best laat terug waren uit Luton besloten we direct naar onze ruim bemeten hotelkamers te gaan en zaten we de volgende ochtend lekker op tijd in de koffiezaak op het station voor een ontbijt. Helaas heb je er altijd weer mensen bij die, bevangen door de het tijdsverschil, een uur later komen aankakken waardoor het even duurde voordat we eindelijk op weg konden naar het volgende doel van onze trip: Shepard’s Bush.
QPR v. Brentford FC
Die middag hadden we kaartjes voor een vriendschappelijke West-London Derby tussen Queens Park Rangers en Brentford FC. Loftus Road, het stadion van QPR, ligt ook zo mooi tussen de huizen en vlakbij Shepard’s Bush waar het prima toeven is. We vonden al snel een mooie ruime pub waar we voorzichtig onszelf tegoed deden aan wat pints, waarna we richting stadion gingen. Deze wedstrijd was iets beter, maar het niveauverschil tussen het Championship (tweede niveau) en Premier League was toch wel duidelijk zichtbaar, maar het was leuk om tussen de Engelsen te zitten, beetje voetbal kijken, een lekkere pint en pie in de rust en na afloop weer rustig terugsjokken naar de pub.
Aan het eind van middag werd al snel besloten om de avond te vervolgen in een currytent en gelukkig wist de bardame in de pub ons te vertellen waar je de beste curry van West Londen kon krijgen. Het eten was daar inderdaad prima, het duurde alleen een klein uur voordat het eindelijk op tafel stond, maar dat zorgde er dan weer wel voor dat ik een paar Engelsen aan een andere tafel hoorde zeggen dat hun favoriete Europese volk -na de Engelsen uiteraard- toch wel de Dutchies waren!
Ik had het altijd al gedacht
Om negen uur ging m’n wekker, ik deed m’n ogen open en zag m’n Fred Perry en bucket hat al klaarhangen, het was dan toch eindelijk zover: Oasis in Wembley! Ik wurmde me de krappe douche in, griste al m’n spullen bij elkaar en liep met een licht verhoogde hartslag richting de vaste koffie/ontbijtplek. Gelukkig was de rest van het gezelschap ditmaal ook op tijd, waardoor we al snel de metro konden pakken naar Baker Street, waarvandaan we een fijne wandeling richting Lords maakten, maar schrik niet, dat cricketstadion lieten we links liggen om door te lopen naar de volgende iconische plek in Londen: Abbey Road studios
Abbey Road
Ik was hier een paar jaar eerder al geweest, maar Lucas nog nooit en aangezien hij zich al had ontpopt tot de vaste cameraman van de de ploeg konden we hem deze foto opportunity niet onthouden. Hij had zich in de weken vooraf al verheugd hierop, kende de beroemde Beatles-foto op dat zebrapad helemaal uit z’n hoofd, wist precies welke Beatle op blote voeten liep en had ons al helemaal voorbereid hierop:
We gingen een Abbey Road-foto maken!
Helaas hadden een paar andere mensen hetzelfde bedacht en kwamen we in een toeristenfuik terecht waar het maken van een groepsfoto op een zebrapad over een best drukke weg een onmogelijke opgave bleek. Het was een totaal pandemonium waar het bewonderenswaardig was dat die automobilisten en buschauffeurs hun geduld bewaarden en keer op keer voor het zebrapad stopten om mensen over te laten steken, terwijl hun vrienden gewapend met camera’s de meest stupide toeren uithaalden om dé foto te schieten. Het lukte mij nog net om Lucas een veilige overtocht te laten maken en te fotograferen. Het was tijd voor de volgende stop: een onvervalste Sunday roast in de pub.
Die heerlijke, doch voedzame, lunch ging erin als koek en na een korte rustpauze in het park van Primrose Hill werd het nu echt tijd om richting Wembley te gaan. Onderweg pakten we nog een biertje bij The Washington en namen we de Jubilee line richting Wembley Park.
Wembley
Wembley Way, de route van het Wembley Park station naar het stadion is natuurlijk wereldberoemd, je loopt tussen alle hotels, restaurants, winkels en pubs in de richting van die gigantische boog boven het stadion. We hadden ons ook voorgenomen om nog ‘even’ de merchandise mee te pakken, maar het liep allemaal anders want plotseling werden we overvallen door een gigantische regenbui. Liam Gallagher zou ‘m ongetwijfeld biblical hebben genoemd, maar wij vonden er weinig bijbels aan. Gelukkig vonden we een winkel om te schuilen en duurde de bui maar kort.
Wembley stadium is echt gigantisch groot, hoewel de grootsheid pas echt doorkrijgt als je eenmaal binnen bent en dan tot de ontdekking komt dat je ergens bovenaan de eerste ring naar binnengaat en dat er onder je, maar vooral boven je, nog heel veel stoelen zijn. Eenmaal van de verbazing bekomen zochten we snel onze plekken op om te zien hoe het uitzicht was.
Die plekken vielen niet mee, maar ook niet tegen, ze waren precies aan de zijkant van het podium, waardoor we verhoudingsgewijs dichtbij het vuur zouden zitten, maar tijdens het voorprogramma bleek ook dat er een hele stapel speakers stonden die precies ons zicht op de zanger blokkeerden.
We hebben nog even overwogen om naar het veld te vluchten, maar daarvoor had je een polsbandje nodig dat wij helaas niet hadden. We besloten maar te blijven zitten en hielden ons vast aan de hoop dat die speakers bij Oasis weggehaald zouden zijn.
Tijd voor nog een biertje, want dat was dan weer het voordeel van onze plekken; de bar en toiletten waren vlakbij. De biertjes waren niet goedkoop: acht pond per pint, maar als je er vier kocht kreeg je korting en mocht je ze voor 30 pond meenemen! Achteraf leerden we dat er grif gebruik werd gemaakt van deze aanbieding, want er stond in de krant dat er gemiddeld ruim 250.000 pints waren gedronken bij de Oasis concerten in Wembley.
pér avond…
Inmiddels was het eerste voorprogramma Cast afgelopen en stond Richard Ashcroft op het podium zijn klassieker Bitter Sweet Symphony te spelen en we voelden het al: kippenvel! De sfeer was uitgelaten en voor we het wisten ging het gebeuren: De Oasis reünie! Maar eerst nog even een t-shirt scoren en wat bier halen.
Toen het eenmaal acht uur werd voelde we de spanning verder toenemen en toen het ‘This is not a drill’ door de speakers schalde was heel Wembley, alle 80.000 fans, in alle staten. Wij zelfs nóg een trapje hoger, want onze hoop was uitgekomen: de speakers waren inderdaad weg en zo zagen we om kwart over acht de gebroeders Gallagher hand in hand het podium betreden.
brok in m’n keel en tranen in m’n ogen.
Werkelijk alles klopte aan de avond, het concert was geweldig, het geluid fantastisch en je zag aan alles dat de band zichtbaar genoot van de sfeer. Alle hits kwamen voorbij, het wat opvallend dat bijna alle fans de teksten meebrulden, zelfs die twee jochies van 15 en 13 naast me. Ze kenden alle songs, woord voor woord.
Die Engelsen zijn natuurlijk sowieso van het meezingen en dat bleek misschien wel het best tijdens de akoestische versie van Half the World Away, waar Noel Gallagher hulp kreeg van een koor van 75.000 stemmen. De andere 5.000 waren bier halen 😉
Het mooist was misschien wel dat alle Damtour-leden me uitgebreid bedankten voor het regelen van de kaarten en dat Menno, die toch al een paar duizend concerten heeft gezien, vol lof was over de kwaliteit van de avond, het was nóg beter dan het eerste in Cardiff.
Ook na afloop was de sfeer extatisch, iedereen liep zingend naar buiten en ook in de rij voor de trein was het supergezellig. Na een korte treinrit naar Marylebone en een paar haltes met de tube waren we weer bij Kings Cross en zagen we tot onze vreugde dat er nog een Burger King open was, zodat we met een voldaan gevoel ons mandje opzochten.
De laatste ochtend was het wel voelbaar dat we er al een behoorlijk intens weekend op hadden zitten en besloten we om de dag eens goed te beginnen in de O’Neills voor een shot jus d’Orange, koffie en een full Irish breakfast. Daarna besloten we om de stad eens te voet te verkennen, want die metro is superhandig, maar je ziet er weinig van de omgeving. We maakten een fijne wandeling door Bloomsbury en Soho, pakten de Oasis fanstore nog even mee en kwamen ook nog langs Berwick street.
What’s the Story Morning Glory
In die straat is de hoesfoto gemaakt van het album What’s the story morning glory, dus daar heb ik ook nog even geposeerd in m’n best mogelijke Gallagher look. Ook hier was het redelijk druk met Oasis-fans die hetzelfde plan hadden, maar de foto is gemaakt en wij konden ons weer voorzichtig richting pub begeven. We hadden van te voren een lijst met de 20 mooiste pubs van London gevonden en eentje daarvan, the Lamb, was vlak bij het hotel. Dus daar nog een paar biertjes, uitchecken en naar het station.
St.Pancras
Het St.Pancras international heeft een mooie terminal voor internationale treinen, maar het is wat krap als er een trein uitvalt en er mensen met bestemming Parijs alle stoelen bezet houden terwijl daar dan ook de passagiers voor nóg een trein naar Parijs en die met bestemming Amsterdam bijkomen. En aangezien we ingecheckt waren was het even afzien, maar uiteindelijk mochten we onze trein in en reden we moe, maar meer dan voldaan terug naar huis.
Het waren vier lange en intensieve dagen geweest, maar we hebben er alles uitgehaald: twee voetbalwedstrijden, een stuk of acht pubs, een curryrestaurant, fastfood, pubfood en een Sunday roast, en natuurlijk Oasis in een uitgelaten Wembley.
Om met Rinus Michels te spreken:
bedankt en we zullen het nooit, nooit meer vergeten
