Mijn allereerste wedstrijd in het stadion was gelijk een ‘awayday’; FC Amsterdam-Ajax op 26 oktober 1975. Uitslag 0-2, doelpunten Arno Steffenhagen.

Het is vandaag dus precies 50 jaar geleden dat ik voor het eerst in een voetbalstadion kwam en dat ging zo: ik had een weekend ervoor mijn kaak gebroken en had de hele herfstvakantie zo’n beetje in de VU gelegen. En om me een klein hart onder de riem te steken én omdat ik eigenlijk alleen maar over voetbal praatte ging mijn vader op zondagochtend de deur uit met de mededeling dat we die middag iets leuks gingen doen. Toen hij een uurtje later thuiskwam mocht ik raden wat we gingen doen, maar ik kon er niet opkomen. Zelfs toen hij vertelde dat we naar 22 ventjes in gekleurde pakjes gingen kijken had ik nog geen idee. Pas toen hij vertelde dat er ook drie mannetjes in het zwart bij waren begon me iets te dagen.

Maar Ajax speelt toch helemaal niet thuis vandaag?

Dat was mijn eerste reactie, maar toen bedacht ik me dat ze in het Olympisch stadion tegen FC Amsterdam gingen spelen die middag. Het stadion waar we altijd langsreden als we bij mijn opa en oma op visite gingen en waar ik vooral ’s avonds totaal gebiologeerd naar die verlichte Olympische ringen op de marathontoren keek vanuit de auto. En die middag zou ik er naartoe gaan!

VU Ziekenhuis

Ik was dus de week ervoor in het VU ziekenhuis beland, nadat ik op een verkeersheuvel had geprobeerd om als een echt stuntman door de lucht te vliegen. Kwestie van er hard opaf racen en dan je stuur optrekken als je weer van die hobbel afging. Probleem was alleen dat mijn voorwiel los zat. Ik wist dat al, want ik had eerder die week mijn fiets uit zo’n fietsparkeerklem getrokken en toen bleef mijn voorwiel staan, maar ik had de enige moer die er nog was handmatig vastgedraaid en bedacht dat al ik later thuis zou zijn ik deze even goed vast moest draaien en de andere moer er weer op moest zetten. Die hadden we ongetwijfeld nog wel ergens liggen in de gereedschapskist of bij de plakspullen.

Maar zoals dat gaat was ik het totaal vergeten toen ik thuiskwam en heb ik de rest van de week rondgefietst op een fiets waarvan het voorwiel slechts door één moer vastzat. Op zich is dat geen echt probleem, want zolang je fietst blijft dat wiel keurig in die voorvork zitten. Maar zodra je door de lucht wil vliegen gaat het mis… Dus in plaats van een landing op mijn achterwiel en dan op mijn voorwiel, landde ik met mijn gezicht op straat en waren mijn voortanden afgebroken en hing mijn bovenlip over mijn kin.

Eenmaal thuis zei mijn moeder kordaat: ‘We gaan even naar de VU om je lip te laten hechten.’, maar toen we eenmaal in het ziekenhuis aankwamen zei een kaakchirurg die net naar buitenkwam al direct dat er ook een foto gemaakt moest worden, want het zag er niet goed uit. En dat had hij goed gezien: mijn onderkaak was gebroken.

Ik mocht dus blijven en zou woensdag geopereerd worden, tot die tijd moest ik mijn herfstvakantie op de kinderafdeling van de VU liggen. Dat was de eerste avond een behoorlijke beproeving, want inmiddels was mijn lip wel gehecht, maar het deed allemaal behoorlijk pijn. Dat bleek vooral toen we ’s avonds met alle patiëntjes naar de André van Duin-show keken, maar ik niet kon lachen van de pijn.

Maar de volgende dag ging het met de pijn al beter en waarschijnlijk hielpen de pijnstillers voldoende, waardoor ik me in het ziekenhuisleven kon storten. De kinderafdeling van de VU zat toen op de bovenste verdieping en we mochten daar gewoon voetballen op de gang. En ook mocht ik op zondagochtend in bad en dat bad was verhoogd, zodat de broeders en zusters niet teveel hoefden te bukken bij het badderen van de patiëntjes. Het voordeel hiervan was dat je vanuit het bad door het raam naar buiten kon kijken en daar zag ik, aan de andere kant van de snelweg, het Olympisch stadion liggen. Ik was ervan overtuigd dat ik hier -liggend in bad- zonder Langs de Lijn tóch het wedstrijdverloop kon volgen omdat ik het scorebord kon zien en zo op de hoogte zou zijn van de tussenstand.

De verpleegster die me in bad deed ging helemaal mee in mijn fantasie en ze maakte het zelfs concreter door te vertellen dat ze vanaf de negende verdieping het feest konden volgen toen Ajax van het Barcelona van Cruijff had gewonnen op het Amsterdam 700-toernooi een paar weken eerder.

Ik heb de rest van die week vooral uit het raam getuurd om een glimp op te vangen van het Olympies

FC Amsterdam-Ajax

We reden die middag naar het Olympisch stadion en mijn vader vond een parkeerplekje bij de begraafplaats die toen nog langs de huidige A10 lag. Ik was helemaal opgewonden, want ik zou ein-de-lijk een echte voetbalwedstrijd zien, ik zou Ajax zien én het Olympisch stadion van binnen. We hadden kaartjes voor vak P-Q, in de hoek naast de eretribune, en toen we eenmaal binnen waren bleek dat we zelf een plek uit mochten zoeken. Mijn vader bedacht dat als we direct achter het hek boven de wielerbaan gingen zitten we makkelijk door de spijlen heen konden kijken en er dichtbij zaten.

Ik weet niet veel meer van de wedstrijd, Ajax speelde in helemaal in het blauw en de makkelijk scorende Ruud Geels deed die middag niet mee. Die was licht geblesseerd en -wat ik toen nog niet wist- moest zich opladen voor de klassieker tegen Feyenoord een week later, waar hij liefst vijf doelpunten zou scoren. Wat ik wel wist is dat ik heel veel spelers van het Nederlands elftal in het echt zag. Oranje dat zo succesvol was op het WK in 1974 had ik natuurlijk op tv gezien en ik was helemaal idolaat van die spelers en nu zag ik niet alleen Krol en Suurbier, maar ook Jan Jongbloed de keeper die zo grappig in de rondte rende als er weer een goal was gescoord op dat WK in West-Duitsland.

En wat ook wel leuk was: de Ajax-speler die beide doelpunten scoorde die middag was Arno Steffenhagen, een Duitser, dus eigenlijk zou ik hem stom moeten vinden. Maar toch kwam hij me heel sympathiek over, hij scoorde de goals, was heel vrolijk en zijn achternaam leek een beetje op de mijne. Ik zou voortaan op straat zeggen dat ik Steffenhagen was, want je móest bij straatvoetbal altijd iemand zijn.

Maar verder kan ik me eigenlijk alleen maar herinneren dat het waterkoud was en mijn vader me de hele tweede helft voorhield dat het ‘straks in de auto weer lekker warm zou zijn’. En verder was ik vooral aan het kijken hoe een stel jochies van een jaar op 13 aan het klieren waren op de tribune achter doel noord, direct onder ons. Die jochies waren maar een paar jaar ouder dan ik, maar die waren zonder ouders dus dat was natuurlijk machtig interessant.

Achteraf kwam ik erachter dat ik die middag ook een invalbeurt van Willy -Stengel- van Bommel heb meegemaakt. Ik kwam hem jaren later regelmatig tegen in het uitgaansleven, samen met mijn oude buurman Leo -Lippie- de Leeuw. En ook was ik getuige van een andere iconische voetballer: Abe van de Ban. Maar daar kan ik me echt niets van herinneren.

Maar wat ik nog wel weet is dat ik nu -vijftig jaar later- me heel oud voel, maar zielsgelukkig ben dat ik het roemruchte FC Amsterdam nog heb meegemaakt, dat ik sindsdien honderden wedstrijden van Ajax heb gezien én dat ik een paar jaar later ook zonder ouderlijk toezicht over de tribunes van menig Nederlands- en buitenlands stadion heb gescharreld. Ik heb vele kampioenswedstrijden gezien, de eerste was een seizoen later tegen hetzelfde FC Amsterdam en ik heb alle Europacups, op de Conference League na, in het stadion meegemaakt. Maar die eerste keer was toch wel heel speciaal;

En een awayday als eredivisiedebuut is toch wel iets om trots op te zijn

[vcex_image_carousel image_ids=”6941,6939,6955,6954″ thumbnail_link=”lightbox” items=”4″ tablet_items=”4″]

FC Amsterdam – Ajax 0-2 (0-1)

zondag 26 oktober 1975, Olympisch stadion Amsterdam, 20.730 toeschouwers

6′ 0-1 Arno Steffenhagen (kopbal, assist Gerrie Mühren
67 ‘ 0-2 Arno Steffenhagen, assist Geert Meijer

Opstellingen FC Amsterdam:
Jan Jongbloed, Frits Flinkevleugel, Theo Husers, Tjeerd Koopman, Tom Dekker; Leen van de Merk, Jaap Visser, Heini Otto; André Wetzel, Erwin Sneijders (69′ Abe van den Ban), Dries Boszhard (39′ Willy van Bommel).
Coach: Pim van de Meent

Opstelling Ajax:
Piet Schrijvers, Wim Suurbier, Johnny Dusbaba, Ruud Krol, Pim van Dord; René Notten, Barry Hulshoff, Gerrie Mühren; Arno Steffenhagen, Willy Brokamp (78′ Henk van Santen), Geert Meijer.
Coach: Rinus Michels

Bijzonderheden:
Een paar weken voor deze wedstrijd speelde Ajax in hetzelfde stadion tegen Glentoran FC voor de eerste ronde van de UEFA Cup. De ploeg uit Ierland verloor met maar liefst 8-0 en moest aantreden in het blauwe uittenue van Ajax, omdat hun eigen tenues teveel op die van Ajax leken: een wit shirt met een verticale brede baan, groen weliswaar, maar toch.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *